Eerste Europese boeren hielden vee niet voor het vlees, maar voor mest | Wetenschap



De eerste landbouwers in Europa hielden dieren niet voor het vlees, maar voor de mest. De uitwerpselen van het vee gebruikten ze om de groei van gewassen te bevorderen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Christian-Albrechts-Universität.

De eerste Europese steden ontstonden zo’n zesduizend jaar geleden in de gebieden die nu Oekraïne en Moldavië heten. Rond 3950 voor Christus waren de nederzettingen honderden hectare groot en telden ze tot wel vijftienduizend inwoners. Deze zogenoemde Trypillia-steden waren de grootste van die periode.

In deze steden was het voedselsysteem advanced en vooruitstrevend. Zo konden alle inwoners van genoeg voedsel worden voorzien.

De Duitse onderzoekers analyseerden koolstof- en stikstofisotopen van botten, tanden en grond uit die tijd. Ze concluderen dat de poep van het gehouden vee is gebruikt om de akkers te bemesten.

De dieren, voornamelijk koeien, maar ook schapen en geiten, leefden in kleine afgezette weiden. De boeren verzamelden de uitwerpselen van het vee en strooiden die uit over de akkers, zodat ze meer gewassen konden oogsten.

Ook konden de wetenschappers het dieet van de inwoners achterhalen. De mensen aten voornamelijk bonen, linzen en gerst. Zo’n 8 tot 10 procent van het geconsumeerde voedsel was vlees.

Laat een reactie achter

Scroll naar boven